Title Image

Logopedie

Logopedie

Copiloten Sara, Joke en Helena evalueren je kind wanneer het problemen ervaart op het gebied van communicatie, spraak, taal, stem, eten en drinken of het gehoor.

De behandeling van eet- en drinkproblemen en/of slikstoornissen bij jonge kinderen (0-2 jaar) wordt preverbale logopedie genoemd. Als een kind problemen heeft met het drinken uit de borst of uit de fles, het eten van de lepel, het drinken uit een beker of het leren kauwen kan preverbale logopedie overwogen worden. Preverbale logopedie kan opgestart worden na consultatie bij dr. Sophie. Dit laatste is belangrijk, omdat eerst nagegaan moet worden of er geen onderliggende medische problemen zijn die de moeilijkheden in het mondgebied veroorzaken. Vervolgens kijkt copiloot Joke waarom jouw baby niet goed kan drinken uit de borst of fles, of waarom de overgang van flesvoeding naar hapjes niet goed verloopt. Kauwen en slikken is hierbij belangrijk. Het kan zijn dat de motorische ontwikkeling niet goed verloopt op jonge leeftijd of dat er problemen zijn in het mondgebied.

Met leerstoornissen bedoelen we hardnekkige moeilijkheden op vlak van lezen, schrijven of rekenen. De diagnose dyslexie, dysorthografie of dyscalculie kan pas worden gesteld in de lagere school na een periode van zes maanden waarin het kind een intensieve begeleiding krijgt op het vlotter leren lezen, schrijven of rekenen.

Dyslexie

Sommige kinderen ondervinden ernstige moeilijkheden om leesvaardigheden vlot te verwerven. Vaak zien we al enkele signalen op kleuterleeftijd die doen vermoeden dat er sprake is van dyslexie. Problemen met rijmen, versjes onthouden en het analyseren van woorden in letters zijn zo enkele voorbeelden. In het eerste leerjaar hebben kinderen met dyslexie dan ook problemen met het vlot en juist leren lezen van woorden. Soms blijven kinderen spellend lezen of ze gaan radend lezen. Het vlot beheersen van de klank-letterkoppeling is ook vaak heel moeilijk. De automatisering die bij andere kinderen vlot op gang raakt, is voor kinderen met dyslexie niet zo evident.

Dysorthografie

Dysorthografie maakt deel uit van dyslexie. Meestal hebben kinderen zowel problemen met lezen als spellen. Als er enkel spellingproblemen voorkomen, spreken we van dysorthografie. We merken in het eerste leerjaar dat kinderen problemen hebben met vlot en juist schrijven van woorden. Op latere leeftijd hebben deze kinderen ook moeilijkheden met het vlot verwerven van de spellingregels en het opslagen van onthoudwoorden. Ze blijven fouten schrijven.

Dyscalculie

Sommige kinderen hebben moeilijkheden met het verwerven van inzicht in het rekensysteem. Bij kleuters kan je al enkele risicosignalen vaststellen die soms de voorbode zijn van dyscalculie op latere leeftijd. Kleuters kunnen moeilijkheden hebben met het vergelijken van hoeveelheden, de telrij opzeggen en het ordenen van klein naar groot. Als kinderen met dyscalculie in de lagere school echt aan de slag gaan met rekenen, kunnen er problemen optreden bij lezen en schrijven van getallen, splitsingen, hoofdrekenen en automatiseren van maal-en deeltafels. Ook problemen met kloklezen, meetkunde en de gelijkwaardigheid van breuken, decimale getallen en procenten komen voor.

Jonge kinderen leren spelenderwijs praten en ze verkennen spontaan ons klanksysteem. Het is normaal dat tot op een bepaalde leeftijd spraakproblemen voorkomen. Als het kind echter achterop blijft in zijn spraakontwikkeling in vergelijking met leeftijdsgenootjes, spreken we van een articulatiestoornis. Deze stoornis kan fonetisch of fonologisch zijn.

Fonetische articulatiestoornis

Als kinderen er niet in slagen om sommige klanken tot stand te brengen of klanken op een incorrecte manier produceren. De meest voorkomende spraakproblemen hebben betrekking op de klanken [s], [z], [t], [d], [l], [n] waarbij kinderen de klanken produceren met de tong tussen de tanden of lispelen en [r] wanneer er onvoldoende trilling is. Dit kan komen door te slappe tongspieren of te weinig beheersing van de tongmotoriek.

Fonologische articulatiestoornis

Bij een fonologische articulatiestoornis is het kind wel in staat om de spraakklanken correct te produceren, maar de klanken worden vereenvoudigd of verwisseld. Dit zorgt ervoor dat deze kinderen heel moeilijk verstaanbaar zijn voor anderen. Vaak verwisselen kinderen de medeklinkers [k] en [t], ze vereenvoudigen medeklinkerclusters of vervangen medeklinkers door [w] of [j].

Kinderen leren tijdens de taalontwikkeling woorden en ze verwerven inzicht in het hanteren van grammaticale en communicatieve regels. De taalontwikkeling verloopt volgens bepaalde fasen en er wordt  op een bepaalde leeftijd verwacht dat die vaardigheden beheerst zijn. Kinderen met een vertraagde taalontwikkeling zullen sommige vaardigheden pas later ontwikkelen. Enkele taalvaardigheden kunnen gestimuleerd worden door therapie en door de onmiddellijke omgeving van het kind (ouders, grootouders, school). De taalproblemen kunnen zich voordoen in het taalbegrip, de taalvorm, de taalinhoud en/of het taalgebruik. Bij problemen in het taalbegrip heeft het kind moeite om de gesproken taal te begrijpen. Bij problemen in de taalvorm zien we dat het kind korte en ongestructureerde zinnen bouwt, werkwoorden foutief vervoegd en foutieve meervoudsvormingen gebruikt. Bij problemen in de taalinhoud kan er sprake zijn van een beperkte woordenschat en is het vertellen van verhalen moeilijk. Er kan ook sprake zijn van woordvindingsproblemen. Bij problemen in het taalgebruik zijn er moeilijkheden met het gebruik van taal in gesprekken met anderen en zijn communicatievoorwaarden onvoldoende ontwikkeld.

Mogelijks is er ook sprake van dysfasie, een spraak-taalontwikkelingsstoornis.

Oro-myofunctionele therapie is een oefentherapie die gericht is op het herstellen van een verstoord evenwicht in het functioneren van de spieren in en rond de mond. Het doel van de therapie is alle mondspieren weer in evenwicht te brengen door gerichte oefeningen te geven en de foutieve gewoonten af te leren. De afwijkende mondgewoonten kunnen namelijk invloed hebben op de mond en de stand van de tanden. Voorbeelden van afwijkende mondgewoonten zijn: langdurig duim-, vinger-, of speenzuigen, open mondgedrag, mondademhaling en foutief slikken.

Veel jonge kinderen maken een periode door waarin ze onvloeiend spreken.
Men noemt het echter ‘stotteren’ wanneer kinderen ongewild woord- en deelwoordherhalingen (daar daar daar, zo zo zo zorgen), klankverlengingen (nnnnniemand) en/of blokkeringen maken. Ongeveer drie procent van de jonge kinderen stottert. In de totale populatie blijft één procent stotteren. Bij de meeste kinderen duikt het plots of geleidelijk op tussen de leeftijd van twee tot vijf jaar.

Er bestaan uiteenlopende programma’s om stotteren te behandelen. Wij hanteren de sociaal-cognitieve (emotionele) gedragstherapie voor stotteren. Deze therapie is wetenschappelijk onderbouwd en gericht op specifieke noden van het kind. Enkele grote luiken binnen deze methode zijn:

  • spraakmotorische training
  • cognitieve en emotionele training (Wat is stotteren precies? Is dit mijn schuld? Hoe ga ik om met reacties van de luisteraar? Hoe kan ik mijn emoties beter controleren?)
  • vaardigheidstraining: we zetten bijvoorbeeld in op communicatieve vaardigheden, op het verminderen van start- en duwgedrag, op het tonen van assertiviteit, op het leren geven van spreekbeurt op school enzovoort…

De methode focust dus niet enkel op de haperingen zelf, maar houdt ook rekening met de beleving van het kind. Wanneer we inzetten op die verschillende aspecten, merken we dat kinderen minder stotteren en minder secundair gedrag vertonen (zoals zichtbare hoofdbewegingen, vermijden en uitstellen).

Een deel van de kinderen herstelt wanneer de ouders de tips van de therapeut goed opvolgen. Voor sommigen is logopedische therapie wél aangewezen. Het is aangetoond dat hoe jonger het kind wordt aangemeld, hoe beter we hem/haar kunnen helpen. Maak dus tijdig een afspraak als u vermoedt dat uw kind stottert.

Bij de behandeling van jonge kinderen, is een nauwe samenwerking met zijn/haar omgeving erg belangrijk. Tijdens een avondcursus trachten we aan ouders kennis, inzicht en begrip mee te geven zodat ze correct kunnen reageren op de stottermomenten van hun kind. Leerkrachten trachten we eveneens te informeren en te begeleiden.

Heesheid bij kinderen kan van voorbijgaande aard zijn, maar kan soms ook blijvend zijn. Kortstondige heesheid kan het gevolg zijn van een luchtwegeninfectie, deze verdwijnt snel zodra de infectie voorbij is.

Chronische heesheid is een gevolg van foutief stemgebruik en stemmisbruik en vereist daarom een logopedische behandeling. Doordat kinderen aanhoudend roepen, zingen, te luid spreken en/of hun stem foutief gebruiken, kunnen er stembandknobbels ontstaan. Dit wordt vastgesteld door de NKO-arts. Tijdens de therapie worden er goede stemtechnieken aangeleerd, waardoor de stem op een goede manier gebruikt wordt en de stembandknobbels kleiner worden en/of verdwijnen.